zaterdag 21 april 2012

Verwerkingsopdracht 2: Vertelinstantie


In het boek ‘De schilder en het meisje’ van Margriet de Moor wordt er een auctoriale vertelinstantie gebruikt. Terwijl in het boek ‘Een schitterend gebrek’ van Arthur Japin er een ik-vertelinstantie wordt gebruikt. Mijn voorkeur gaat uit naar de ik-vertelinstantie. Bij ‘De schilder en het meisje’ vertelt de verteller wat hij, de hoofdpersoon en de menigte allemaal zien. Hierdoor worden er heel veel details verteld over wat er allemaal te zien is, waardoor het chaotischer is dan bij de ik-vertelinstantie. In ‘Een schitterend gebrek’ wordt het verhaal systematischer verteld omdat het verhaal door de ogen van de hoofdpersoon wordt verteld.
Hierdoor krijg je echter maar één kant van het verhaal te zien. Wellicht hebben andere mensen een andere mening over hetzelfde maar dan vanuit een ander perspectief. Door de auctoriale vertelinstantie wordt er veel afgewisseld, waardoor het minder snel eentonig wordt. Bij de ik-vertelinstantie kan het namelijk al snel eentonig worden.
Bij de ik-vertelinstantie kan men makkelijker zichzelf herkennen in de hoofdpersoon en de lezer begrijpt de hoofdpersoon wat beter in wat hij/zij doet en waarom hij/zij dat doet. Iemand die bijvoorbeeld lichamelijk iets heeft waardoor hij/zij erg onzeker is, zou zich in de hoofdpersoon kunnen herkennen in ‘Een schitterend gebrek’ omdat de hoofdpersoon ook erg onzeker is over haar uiterlijk. Bij de vertelinstantie is het wat lastiger om jezelf te herkennen en de hoofdpersoon beter te begrijpen omdat de verteller ook een mening naar voren laat brengen. Men wordt bij de vertelinstantie dus sneller beïnvloed door de verteller dan bij de ik-vertelinstantie.
Door al deze factoren, gaat mijn voorkeur uit naar de ik-vertelinstantie omdat ik er veel waarde aan hecht om de hoofdpersoon te kunnen begrijpen in wat hij/zij doet en zegt..

vrijdag 20 april 2012

Verwerkingsopdracht 1: Economie






Ik vind de omslag van ‘Vast’ van Ton Anbeek en van ‘De Zonnewijzer’ van maarten ’t Hart, de zwakste omslagen hebben. Bij ‘Vast’ is het niet meteen duidelijk dat de titel op de omslag staat. De kleur rood geeft ook een ouderwetse indruk, wat voor de jongere generatie wat minder aantrekkelijk zou zijn om te lezen.
Bij de omslag van ‘De zonnewijzer’ is niet duidelijk wat de photo op de voorkant met het boek te maken heeft. De belichting past wel bij de inhoud en titel van het boek. De belichting is heel fel en aangezien het boek over een mogelijke zonnesteek gaat. De omslag geeft ook een ouderwetse indruk. Als het boek naast allerlei andere boeken zouden liggen, zou dit boek er niet uitspringen.
‘Joe Speedboot’ van Tommy Wieringa behoort tot de middenmoot uit deze boeken. De lettertype van dit boek past goed bij het totaalplaatje. De omslag springt er niet uit, maar ziet er al wat aantrekkelijker uit. Bij ‘Joe Speedboot’ is er meer kans dat de lezer de achterkant zou lezen dan bij ‘Vast’ en ‘De zonnewijzer’. De kleuren vallen op omdat ze heel helder zijn, wat helpt bij aandacht trekken en voor de verkoop.
‘Het Diner’ van Herman Koch en ‘Een hart van steen’ van Renate Dorrestein vind ik de sterkste omslagen hebben. De omslag van ‘Het Diner’ zou eruit springen in de winkel, wat bevorderend is voor de verkoop. De omslag heeft ook wat te maken met het boek, het boek speelt zich namelijk af tijdens een diner. De kleuren trekken de aandacht, dat komt mede door de blauw en oranje, wat complementaire kleuren bij elkaar zijn. De lettertype en de kleur van de lettertype passen bij de stijl van de omslag.
‘Een hart van steen’ van Renate Dorrestein heeft de beste omslag van deze boeken, vooral als je de inhoud van het boek kent. Men ziet meteen dat de inhoud emotioneel is. De photo dat is gebruikt, komt waarschijnlijk ongeveer uit de jaren ’50 of ‘60. Als men ook maar een klein stukje leest uit het boek, wordt het ook duidelijk dat het verhaal zich in die tijd afspeelt. Men heeft dus meteen een goede indruk waar het boek over gaat en door de photo trekt het je aandacht ook.